STRIPSCHRIFT number 413, February 2011, Article on Claude Auclair
 


 

 
 

 

Claude Auclair 1943-1990 

Stripmaker met een boodschap

De Franse striptekenaar Claude Auclair (1943-1990) is bij veel lezers vooral bekend geworden door zijn post-atomaire stripreeks Simon van de rivier en stripromans als Bran Ruz en Een stem die van nergens komt. Inmiddels is Auclair al 21 jaar niet meer onder ons. In welke sferen en met welke idealen zijn Simon van de rivier en zijn andere strips ontstaan? Een beknopte reconstructie van een te kort leven.

Door Hans Heltzel en Robin Schouten

 Hij is het buitenbeentje in de grote stad, omdat hij uit een moerasgebied komt waar de buitenwereld nauwelijks van heeft gehoord, de Vendée. Hij is ‘anders’, omdat hij ideeën en overtuigingen heeft die tegen de heersende mening ingaan. Het gevoel van ‘anders zijn’ ontstaat al vroeg in zijn jeugd door zijn grootmoeder, met wie hij zich sterk verbonden voelt en alleen met haar in een vorm van het Bretons spreekt. Zijn Bretonse afkomst zal later in zijn leven van grote invloed zijn op zijn werk, zoals Bran Ruz.
Hij heeft de oproerpolitie in actie gezien in een overdreven toepassing van geweld tijdens de grote stakingen in Nantes in 1955-1957, wat gerust een weinig alledaagse ervaring genoemd kan worden. En hij ziet er anders uit, omdat hij zijn haar lang draagt uit overtuiging. 

Hippie avant la lettre
Claude Auclair (1 mei 1943) is al deel van de tegencultuur voordat het hippietijdperk begint. Na een reeks van bezigheden bij het theater (decors bouwen, kostuums ontwerpen, verlichting regelen, acteren) trekt hij een jaar rond in het Middellandse Zeegebied. Daarna brengt het theater hem naar Parijs, waar hij in 1967 de strip opnieuw leert kennen. Niet de boekjes met kinderplaatjes, maar klassiekers als Prince Valiant waarmee stripwinkelier Roquemartine (de latere uitgever van Futuropolis) hem leert kennismaken.
Wat ook indruk maakt, zijn de uitwassen van de meidagen van 1968. Hij is niet gebonden aan een politieke partij en zich bewust van klasseverschillen en in Parijs op dat moment. Maar hij doet niet mee aan debatten en manifestaties. Zijn ervaring is dat bepaalde situaties tot blind geweld kunnen leiden, wat algauw weer blijkt uit te komen. 

Zijn eerste stappen op stripgebied uit die tijd blijven voornamelijk beperkt tot het maken van illustraties voor sciencefictionbladen en -boeken, zoals Galaxie en Fiction. In 1968 publiceert Auclair zijn eerste strippagina in het stripfanzine Phenix, wat duidelijk is geïnspireerd op Flash Gordon van de door hem zo bewonderde Hal Foster.
Vooral dankzij de stripwinkel van Roquemartine komt Auclair in contact met Druillet, Giraud, Mézières, Pichard, Lob en Tardi. Ieder werkt vanuit zijn eigen culturele en emotionele bagage en maakt strips die het product van de tijdgeest zijn. Ook Auclair maakt verhalen vanuit zijn kijk op het leven. Hij voelt zich verantwoordelijk tegenover zijn publiek. Helaas voor hem heeft niet iedere scenarioschrijver waarmee hij werkt dat doel voor ogen.

Het post-atomaire tijdperk
Bij het maken van de korte strip Après in 1970 (feitelijk Auclairs eerste stripverhaal, dat is opgenomen in de albumuitgave van Jason Muller) krijgt hij hulp van Giraud, die hem ook introduceert bij Goscinny, op dat moment hoofdredacteur van Pilote. Met Giraud zet hij het begin op van de verhalen van Jason Muller, die in Pilote verschijnen. Deze strip kan als voorloper beschouwd worden van Simon van de rivier, vanwege het post-atomaire karakter. Tussendoor tekent Auclair twee korte verhalen voor het blad Comics 130 van Roquemartine, waarvan Plus court fut l'été een hommage is aan Giraud (in dit nummer van Stripschrift voor het eerst in het Nederlands afgedrukt).
In 1971 publiceert Auclair enkele verhalen van de western Grizzly in Kuifje-weekblad, dat echter geen vervolg krijgt, omdat het slecht scoort bij de lezers. Later zou Derib met Buddy Longway wel scoren met een soortgelijk verhaal in Kuifje, wat Auclair danig frustreert. Kort na Grizzly verschijnt Het eiland Arroyoka op tekst van Greg. Auclair kan zich echter slecht vinden in het te makkelijk verkoopbare verhaal dat Greg ervan gemaakt heeft, en met tegenzin maakt hij het verhaal af.
Terug bij Pilote werkt hij verder aan Jason Muller wat hij nu helemaal zelf schrijft. Maar Goscinny voelt weinig voor de ideeën van Auclair en het komt tot een botsing tussen hen. Auclair voelt zich ook niet prettig bij de autoritaire manier waarop Goscinny het blad leidt; vaak moet hij verplichte actualiteitspagina’s tekenen waar hij een grote hekel aan heeft. Hij stapt over naar het striptijdschrift Record waar hij scenarioschrijver Jacques Acar ontmoet, met wie hij graag samenwerkt aan het romantische avonturenverhaal Catriona MacKilligan, dat zich afspeelt in het achttiende-eeuwse Schotland. Als het blad de formule wijzigt en Acar plotseling overlijdt keert Auclair (na een tijdje illustratiewerk gedaan te hebben) terug naar Kuifje-weekblad. Hoofdredacteur Greg neemt hem zonder rancune weer aan, en vanaf 1973 publiceert hij de door Goscinny geweigerde scenario’s onder de naam Simon van de rivier. Met deze serie vervolgt hij de sfeer die al aanwezig was in Jason Muller, ‘vertellingen van na het atoomtijdperk’. Eind jaren zeventig zou ook Hermann die kant opgaan met zijn nieuwe stripheld Jeremiah.

Erkenning
Het eerste Simon-verhaal De ballade van Roodhaar kent echter problemen over het copyright (het was geïnspireerd op een roman van Jean Giono: Le chant du monde), waardoor een albumpublicatie lange tijd geblokkeerd wordt. Pas in 1999 verschijnt er van het eerste Simon- verhaal een Nederlandse albumuitgave bij Wonderland Productions, onder de titel De zwarte dame. (Het boek is tevens aangevuld met een rijk geillustreerde biografie over Claude Auclair, samengesteld door Johan Vanbuylen. Het voorwoord is van Jean-Claude Mézières.)
 Simon van de rivier brengt Auclair vanaf De stam der ruiters, tot zijn grote opluchting, eindelijk erkenning en ook prijzen. Maar echt succesvol wordt hij pas na de publicatie van het derde album Maïlis, een zeer persoonlijk en intiem verhaal. Eigenlijk had Auclair het als afsluiter in de cyclus gepland, maar het kwam eerder aan bod omdat hij na het geweld in De slaven even behoefte had aan een rustpunt in de serie.
In dezelfde periode, rond 1976, tekent Auclair een nieuw verhaal van vijftien pagina’s zodat een albumuitgave mogelijk wordt van Grizzly. Na Maïlis volgen nog De pelgrims en als voorlopig laatste deel City N.W. nr. 3, waarin Simon terugkeert naar de stad. In dit verhaal keert ook een oude bekende terug, Jason Muller, zij het een stuk ouder en getekend door de tijd. Simon heeft behoefte aan rust en verlaat samen met zijn vrouw Emeline het striptoneel voor de komende 10 jaar.
Vanaf eind jaren zeventig stort Auclair zich op een heel nieuw genre, de striproman. Hiermee kan hij eindelijk lange verhalen vertellen en is hij vrij van de beperkingen die hij ondervindt bij verhalen met de gebruikelijke lengte van 46 pagina’s.
De intensieve samenwerking met Alain Deschamps aan het Keltisch epos Bran Ruz (van 1978 tot 1981 in A Suivre) verloopt goed, totdat de schrijver meent aanspraak te kunnen maken op een deel van de originele platen. Het gerecht moet er zelfs aan te pas komen, en de breuk met Deschamps is een feit.
Auclair is geen aanhanger van geweldloosheid. In zijn ogen is geweld zelfs het enige antwoord op gewelddadig uiterlijk vertoon. In het tweede Simon-album De slaven deinst hij er niet voor terug om dat uitgebreid te tonen. De eerste tien jaar van zijn loopbaan in de strip trakteert Auclair de lezer voornamelijk op sciencefictionverhalen. In dit genre is hij minder gebonden en kan hij spelen met het inbeeldingsvermogen en de verwachtingen van zijn publiek. Na een paar korte verhalen ontstaat het beklemmende Kroniek van een toekomstige wereld. Auclair beschrijft hoe de westerse cultuur ten onder gaat en hoe de machtshebbers restanten hiervan met geweld verdedigen. In de eerste zes verhalen van Simon van de rivier (de eerste cyclus) heeft dit geweld veel weg van de actualiteit en symboolkracht rond 1970: de VS-soldaten in Vietnam versus langharige tegenstanders (een sfeer die sterk aanwezig is in de eerste twee albums, De stam der ruiters en De slaven). Toch is de serie absoluut geen tijdgebonden hippieverhaal, gezien ook de ecologische achtergrond die de serie actueler dan ooit maakt.

Respect
Als antwoord op de ondergang van de westerse cultuur toont Auclair groepen individuen die in harmonie met de natuur leven. Hij toont mensen die vrijheid zoeken nu er een eind is gekomen aan overheersing door dominante culturen. Mensen die met rust gelaten willen worden door de machtshebbers omdat ze een eigen leven leiden los van het centrale gezag. Dit wordt vooral geportretteerd in het vierde Simon-album - De pelgrims - maar ook in De stam der ruiters. Daarmee is tevens het thema beschreven van zijn latere werk: een duidelijk nee tegen dominante culturen en kolonisatie. En vooral ook, iets wat Auclair steeds weer heeft benadrukt: ‘het recht om anders te zijn’. Hij komt op voor de onderdrukten en beschrijft de vrijheidsstrijd van Keltische volkeren tegen de Britten en Fransen in het album Tuan McCairill en in Bran Ruz, en de onderdrukking van negers in de Antillen in Een stem die van nergens komt.
Zijn gevoel van anders zijn resulteert in een gevoel van gelijkwaardig zijn qua culturele en emotionele bagage met de onderdrukten uit deze stripromans. Zijn tweede vrouw (evenals zijn eerste een Antilliaanse) vertelt hem vaak dat hij een blanke huid heeft, maar zwart van binnen is. En met de songtitel van John Lennon: Woman is the nigger of the world, kan zijn hele loopbaan samengevat worden. Zo veel mogelijk heeft hij werkelijke mensen uitgebeeld en heeft hij iedereen met respect behandeld. In de tweede cyclus van Simon van de Rivier heeft dit geresulteerd in een gelijkwaardige samenlevingsvorm voor beide geslachten. Uiteindelijk is Alain Riondet de verteller waarmee Auclair tot tevredenheid samenwerkt. Als eerste aan de tweede cyclus (vier delen) van Simon van de rivier, die elkaar eind jaren tachtig in snel tempo opvolgen. De zoektocht naar het oerverhaal resulteert in twee albums van Hij, waarvan door het vroegtijdig overlijden van Auclair de laatste pagina’s getekend worden door zijn vrienden Tardi en Mézières. Een mooi en ontroerend eerbetoon.
Claude Auclair verliest uiteindelijk de strijd tegen maagkanker en maakt de grote sprong op 20 januari 1990. Hij wordt slechts 46 jaar en laat een vrouw en twee dochters achter. Zijn as wordt op zijn wens aan de kust verspreid. Wellicht vindt zijn onrustige ziel eindelijk rust.

 Bronnen:
Interviews met Claude Auclair, afgedrukt in: Schtroumpf fanzine #20 (1978), Cahiers de la Bande Dessinée #58 (1984), Johan Vanbuylen: De zwarte dame (1999).

 Nederlandstalige bibliografie:
-
         Jason Muller (met scenario’s van Giraud) (Yendor, 1980)
-
         Grizzly (Yendor, 1976)
-
         Het eiland Arroyoka (scenario Greg) (Lombard 1975, heruitgave 1979)
-
         Simon van de rivier deel 1/tm 5 (Helmond/Lombard, 1976-1979)
-
         Simon van de rivier deel 6 t/m 9 op scenario van Alain Riondet (Lombard, 1988-1989)
-
         Bran Ruz - scenario Alain Deschamps (Casterman, 1981 – heruitgave, 1985)
-
         Een stem die van nergens komt – scenario Francois Migeat (Casterman, 1985)
-         Catriona MacKillican (Jacques Acar) & Tuan McCairill (Alain Deschamps) (Den Gulden Engel, 1986)
-
         Hij - scenario Alain Riondet (Casterman, 1989)
-
         Hij die het einde vindt - scenario Alain Riondet (met medewerking van Tardi en Mézières) (Casterman, 1991)
-
         Simon van de rivier - De ballade van Roodhaar (opgenomen in De zwarte dame, uitgave 1999, Wonderland Productions). 

Claude Auclair 1943-1990

 Comic-artist with a message.

Amongst most readers French artist Claude Auclair (1943-1990) is known because of his post-atomic comic-series Simon of the River, and graphic novels like Bran Ruz, and Blood of the Flamboyant Tree. This year it has been twentyone years since his departure. What were the circumstances and in what atmosphere was created Simon of the River and other comics? A short reconstruction of a too short life.

Hans Heltzel & Robin Schouten

 He is an oddball in the big city, because he comes from a marshland of which the outside world hardly ever hears from: the Vendée. He is 'different', because his ideas and convictions are against current opinions. The feeling of 'being different' starts early in his youth because of his grandmother, with whom he feels tightly connected. They solely communicate in a language only spoken in a part of France called Brittany. His Breton descent will have great influence on his work, like in Bran Ruz. He saw riot police in action in an over the top use of violence during the great strikes in Nantes 1955-1957. This can be called a non-daily experience. And also he looks different, because of his long hair by conviction.

Hippie before the term existed
Claude Auclair (May 1st 1943) forms part of the counterculture even before the era of hippies takes place. After a series of occupations at the theater (building sets, designing costumes, arranging lights, acting) he travels a year across the area around the Mediterranean Sea. Following this period theater brings him to Paris, where he renews his acquaintance with comics in 1967. Not books with childish illustrations, but comic-shop-owner Roquemartine (who later publishes Futuropolis) introduces him to classics like Prince Valiant, Hogarth's Tarzan, and Jerry Spring by Jijé. Also impressive are the excesses of May 1968. He is not bound to any political party, and he is aware of differences between classes, and he is in Paris at the time. But he does not get involved with debates and manifestations. According to his experience certain circumstances can lead to blind violence, which again comes true.
His first steps in the world of comics are limited mainly to making illustrations for sciencefiction-magazines and -books, such as Galaxie and Fiction. In 1968 Auclair publishes his first page in comic-fan-magazine Phenix, which is evidently inspired by Flash Gordon, but influenced by Hal Foster's artwork.
Especially through Roquemartine Auclair meets Philippe Druillet, Jean Giraud, Jean-Claude Mézières, Georges Pichard, Jacques Lob, and Jacques Tardi. Each of them works from their own emotional and cultural luggage , and creates comics in the spirit of the age. Auclair too uses his look on life. He feels responsibility towards his audience. Unlucky for him not every scenarist with whom he works has the same purpose.

Post-atomic era
While making the short comics Après in 1970 (in fact Auclairs first comic, published in the album Jason Muller) he received help from Giraud, who also introduced him to René Goscinny, at that moment editor in chief of magazine Pilote. Together with Giraud he starts the series Jason Muller, which are published in Pilote. These comics can be considered as forerunner of Simon of the River, because of its post-atomic settings. In between Auclair draws two short stories for Comics 130 of Roquemartine, of which Plus court fut l'été is a hommage to Giraud (...).
In 1971 Auclair publishes a few stories of western Grizzly in Tintin-weekly, but no follow-up, because readers are not satisfied. Later Derib is greeted warmly with Buddy Longway, a story with several similarities, which is quite a bit frustrating for Auclair. Not much later Naufragés d'Arroyoka (The Island Arroyoka) appears in Tintin-weekly. Greg is scenarist. Auclair has trouble adjusting himself to the easy sellable story Greg has made of it. With reluctance he finishes the story.
Back at Pilote he continues working on Jason Muller all by himself this time. But Goscinny has no heart for the stories Auclair proposes, and this leads to a collision. Auclair also does not like the authoritarian way in which Goscinny rules over Pilote. He utterly dislikes the obligatory ' actuality pages'. He switches to Record magazine where he meets scenarist Jacques Acar. He loves working with him on the romantic adventure series Catrimonia MacKilligan, situated in eighteen century Scotland. When the magazine changes formula, and Acar dies all of a sudden, Auclair returns (after having made some illustrations) to Tintin-weekly. Editor in chief Greg hires him without any bad feelings, and from 1973 onward he publishes the scenarios Goscinny refused. This time under the title Simon of the River. In these series the same atmosphere as in Jason Muller is continued: 'Chronics of a Future World...' At the end of the seventies Hermann would go in that same direction with his new comic hero Jeremiah.

Recognition
Simons first story: La ballade de Cheveu Rouge knows some copyright related problems (it was inspired by a novel by Jean Giono: Le Chant du Monde). That is what kept it from being published in album. Not until 1999 does it appear in album as part of a richly illustrated biography on Claude Auclair by Johan Vanbuylen: La Dame Noire / De Zwarte Dame. It is introduced by Jean-Claude Mézières.
He is very glad when the second adventure (album number 1) of Simon of the River receives recognition and awards. But his success becomes big after publication of the third album called Maïlis, a very personal and intimate story. Actually Auclair wanted to close the cycle with this, but it was made earlier, because after the violence in Slaves he needed a moment of rest in the series.
In that same period, somewhere around 1976, Auclair draws a new 15-page story which allows Grizzly to be published in album. After Maïlis the story about pilgrims follows, and after that City N.W. nr.3, which for the time being is the conclusion of the saga in which Simon returns to the city. Here we see acquaintance Jason Muller, older and wearing scars of life. Simon needs a rest and, together with his wife Emeline, leaves the comic-scene for the next ten years.
Since the end of the seventies Auclair is totally occupied with something new: graphic novels. Using these he finally can tell long stories. He no longer is restricted by the usual 46-page stories.
An intense cooperation with Alain Deschamps resulting in the Celtic epic Bran Ruz (first publication from 1978 to 1981 in A Suivre) starts well. But the scenarist is convinced he owns part of the original drawings. In the long run solution is forged in court, and the breakup with Deschamps is a fact.
Auclair is no follower of nonviolence movement. In his opinion violence in fact is the only answer to violent appearance. In the second Simon album Slaves he does not hesitate showing it in a wide range. In his first ten years of publishing comics Auclair predominantly treats us to sciencefiction stories. This genre has less restrictions, and he can play with his audiences imagination, and expectation. After a few smaller stories his dark and gloomy epic 'Chronics of a Future World...' is born. In it Auclair describes how western culture crumbles, and how rulers defend what is left with violence. In the first six stories of Simon of the River (the first cycle) this violence looks a lot like what was happening, and what was symbolic around 1970: US-soldiers as seen in Vietnam against opponents with long hair (an atmosphere present throughout the first two albums, Clan of Centaurs and Slaves). Nevertheless the series are no old hippie-stories. Especially the ecological message makes it more modern than ever.

Respect
Groups of individuals living in harmony with nature represent an answer to the downfall of western culture. Auclair depicts people seeking freedom now that an end has come to rule of dominant cultures. People who do not want to be bothered by rulers, because they have found a life of their own without central authorities. This is very clear to be seen in the pilgrim album (the fourth), and also in Clan of Centaurs. This also gives us the main theme of his later work: a definite no against dominant cultures and colonization. And also something Auclair always stressed: 'the right of being different'. He sides with the oppressed, and describes the fight for freedom of Celtic people against Brits and French in the albums Tuan McCairill and Bran Ruz,. And also the oppression of negroes in the Antilles in Blood of the Flamboyant Tree.
His feeling of being different results in having the same cultural and emotional luggage as the oppressed from his graphic novels have. His second wife (like his first also Antillean) often tells him he has a white skin, but is black on the inside. And the title of a song by John Lennon sums up his whole career: 'Woman is the nigger of the world'. As much as possible he depicted real people, and treated everybody with respect. In the second cycle of Simon of the River this resulted in a life together for both sexes on equal bases. In the long run Alain Riondet is the storyteller with which Auclair works with satisfaction. First of all on the second cycle (four albums) of Simon of the River, of which the stories appear in an amazing pace. The quest for the basic story results in two albums of He (Celui-Là and Celui Qui Acheve). Because of Auclairs early death the concluding pages are drawn by his friends Tardi and Mézières. A beautiful and touching tribute.
Claude Auclair loses the battle against stomach cancer, and he makes the big jump on January 20, 1990. He only reaches the age of 46, and leaves behind a wife and two daughters. Upon his wish his ashes are spread along the coast.